Geachte Z.M. Koning Willem-Alexander: Majesteit; Beste Willem Alexander,

Laat ik beginnen met u en uw gezin geluk en gezondheid voor 2020 toe te wensen.

Ik heb u laatst nog horen spreken in uw kersttoespraak op 25 december 2019 en wil daar heel graag op reageren. U vindt het vast niet erg als ik uit de toespraak eerst nog wat quotes haal om het geheugen op te frissen.

“Streven naar geluk is mooi, maar het mag geen obsessie worden.”
“Ook verdriet mag er zijn.” “Mislukkingen en tegenslagen horen bij het leven.”
“We spiegelen ons aan anderen.”
“Trek het je niet teveel aan als het eens tegenzit. Het is okee.”

Ik geef het direct toe. Ik kon me in eerste instantie helemaal vinden in uw kersttoespraak Koninklijke Hoogheid. Sterker nog, ik heb deze via sociale media zelfs geliket. Tot ik het even liet bezinken en inzag dat er iets niet helemaal klopte aan uw woorden. Het begon te knagen. Kunt u mij bijvoorbeeld uitleggen wat u precies bedoelt met de zin: Streven naar geluk is mooi, maar het mag geen obsessie worden? En hoe ziet u – Trek het je niet teveel aan als het eens tegenzit. Het is okee – dan voor zich? Wilt u eigenlijk zeggen dat mensen die zich desondanks structureel niet gelukkig voelen dit uiteindelijk aan zichzelf te wijten hebben? Is dat niet een beetje te makkelijk?

Ik begrijp het wel, u wilde uw onderdanen laten inzien dat geluk zich niet laat dwingen. Natuurlijk! Zouden de meeste van ons dat niet al weten denkt u? Weet u welke boodschap u zo paradoxaal genoeg heeft gebracht in uw kersttoespraak? Dat het leven maakbaar is. Een boodschap die u waarschijnlijk juist wilde ontkrachten. Of ging uw speech dan alleen maar over de sterke ‘normale’ Nederlander? Dat ik dat niet eerder door had… Natuurlijk gaat het over de relatief sterke meerderheid! De kwetsbare minderheid met psychische problemen, die als geen ander weten dat het leven niet maakbaar is, voelt zich toch al niet gezien. Dus in plaats van deze mensen een hart onder de riem te steken, geeft u ze, hoogstwaarschijnlijk onbedoeld, een dolksteek.

Aanstellers
De meeste weldenkende Nederlanders snappen namelijk heus dat ook verdriet en pech bij het leven horen. Dat het zwart én wit, dag en nacht, yin en yang, zacht en hard, goed en slecht is. Dat het een niet kan bestaan zonder het ander. Maar ziet u niet dat het behoorlijk beledigend is voor al die mensen die niét vanzelfsprekend gezegend zijn met een goede geestelijke gezondheid om te zeggen dat streven naar geluk een obsessie is? Dat u impliciet zegt dat als het tegenzit, die mensen zich daar te veel van aantrekken? Dat het aanstellers zijn?

Want geef toe Zijne Majesteit, zou het lot dan geen enkele invloed hebben op hoe gelukkig je bent in het leven? Inderdaad, u heeft ook benoemd dat we ons niet moeten spiegelen aan anderen, dat we de lat te hoog leggen en onszelf en anderen voor de gek houden door een perfecte versie van onszelf aan de buitenwereld te willen laten zien, terwijl niemand perfect is. Maar het maakt wel degelijk verschil of je wordt geboren met sterke genen die behoorlijk bepalend zijn voor jouw geestelijke veerkracht of met genen die zorgen voor een geestelijke kwetsbaarheid. Dan speelt daarnaast natuurlijk ook een rol waar je wieg heeft gestaan. Is dat in een mooi huis in ‘t Gooi als kind van gezonde, gelukkige en maatschappelijk succesvolle ouders? Of zie je voor het eerst het levenslicht in een troosteloze flat 10 hoog in een achterstandswijk in Tilburg Noord in een gezin waar (geld)zorgen, gezondheidsklachten en stress overheersen? Gezondheid en maatschappelijk succes zijn immers geen vanzelfsprekend, maar kunnen wel behoorlijk hun stempel drukken op hoe je opgroeit en welke kansen en mogelijkheden je krijgt.

Toch nog even voor de duidelijkheid, ik heb het dus niet over al die mensen die tijdelijk niet goed in hun vel zitten en daarom wellicht een (aantal) keer een coach of psycholoog bezoeken. Ik heb het over diegenen voor wie het structureel een gevecht is om zich geestelijk goed te voelen. Die regelmatig van doen hebben met verpleegkundigen, begeleiders, psychiaters en psychologen binnen de GGZ. Hoe zouden genoemde medewerkers trouwens tegen uw kersttoespraak aankijken? Alsof zij eigenlijk een overbodig beroep hebben. Een schouder en luisterend oor van een medemens zijn volgens u immers genoeg om van je sombere stemming af te komen.

Zou u het ook met droge ogen tegen ouders van een kind dat zelfmoord heeft gepleegd durven zeggen dat verdriet en tegenslagen bij het leven horen. Alsof zij dat niet weten… Een klein nuanceverschil met dat het er mag zijn, vindt u niet?

Naast deze kritiek, wil ik u toch ook graag complimenteren. De zinnen waar u uw toespraak mee eindigde daar sta ik namelijk vierkant achter. Graag citeer ik daarom dit laatste deel van uw toespraak:

“Geluk zit in onze verbondenheid met anderen. Laten we elkaar daarom niet loslaten. Laten we naar elkaar luisteren en begrip tonen. Laten we elkaar troosten en moed geven. Het helpt als iemand je aankijkt en tegen je zegt: ‘het is goed’.
Met een luisterend oor, een uitgestoken hand of een arm om de schouder geven we elkaar het mooiste geschenk dat een mens aan een mens kan geven.”

Stichting ALS JE HET NIET ZIET
Ik wil daar graag nog een zin aan toevoegen. Laten we elkaar écht zien. Verbondenheid en daadwerkelijk gezien worden is vooral voor die kwetsbare minderheid van levensbelang. Zeker in onze ingewikkelde, prestatiegerichte en vaak onpersoonlijke samenleving. Zodat we dankzij voldoende aandacht, compassie en verbinding op zo jong mogelijke leeftijd opmerken wanneer er sprake is van een psychische kwetsbaarheid. Want weet u Zijne Majesteit, er is een groep die heel goed is in het zich aanpassen en camoufleren, waardoor die kwetsbaarheid pas (veel) later zichtbaar wordt. Met alle nare gevolgen van dien. Het lot van die groep (meestal meisjes) die hier mee te maken hebben, raakt mij persoonlijk vooral. Daarom start ik dit jaar met de stichting ‘ALSJEHETNIETZIET’. Voor bewustwording en preventie. Want zoals u het zegt

“Maar niemand is perfect.”
“Gelukkig maar.”

Hoogachtend,
Claudia van Dooren-Hovers